Het is eigenlijk niet zo moeilijk. Een bedrijf (BV) is in principe waard wat de markt ervoor geeft. Daar is de fiscus (de Belastingdienst) het in de basis mee eens – totdat er een situatie ontstaat waarin personeel zich in je bedrijf wil inkopen. Dan heeft de fiscus opeens een heel specifieke eigen mening over de waarde die je bedrijf misschien zou moeten vertegenwoordigen. Daarnaast probeer je als bedrijf zowel naar de fiscus als naar je personeel een goede prijs te vormen. Vanuit het oogpunt van medewerkersparticipatie is het belangrijk dat je je in bedrijfswaardering – en de daarvoor gehanteerde methodes – verdiept.

Bedrijfswaardering is een essentieel onderdeel voor welke vorm van medewerkersparticipatie dan ook. Je wilt de eerlijke en juiste prijs naar de medewerkers toe, zonder dat je problemen krijgt met de fiscus of dat je je impopulair maakt bij andere investeerders. Waardering is dan ook meteen het grootste struikelblok, waardoor veel goedbedoelde participatie-initiatieven nooit worden uitgevoerd. Deze week duiken we dieper in op alles rondom bedrijfswaardering, zoals: waarom dit zo belangrijk is, wie dit doet en wat de rol van de fiscus is. In dit artikel spreken we over de waarde van privébedrijven – dus niet over beursgenoteerde bedrijven waarvan de waarde in principe door de aandelenkoers wordt bepaald. Er zijn meerdere redenen om je te verdiepen in de bedrijfswaarde en de manier waarop deze wordt bepaald. Bijna alle redenen komen voort uit de noodzaak van de ‘fiscale heffingsgrondslag’. Ofwel, de waarde die de fiscus wil aanhouden om eventueel belasting te heffen over de transactie. In het geval van medewerkersparticipatie wordt het hier interessant! De fiscus heeft namelijk een uitgesproken mening over de verhouding tussen een werkgever en een werknemer.

Stel dat een werkgever en werknemer tot overeenstemming komen om een aandeel over te dragen tegen een prijs beneden de prijs die de ficus aan dit aandeel toedicht. In dat geval merkt de fiscus dit aan als het verstrekken van loon (in natura) aan de werknemer. Zowel de werkgever als werknemer moeten dan (zoals gebruikelijk) loonbelasting gaan betalen.

Voorbeeld

De BV wil een medewerker laten participeren. De aandelen van de BV worden gewaardeerd op EUR 10,- per stuk. De medewerker heeft vele jaren goede diensten bewezen en bijgedragen aan de opbouw van het bedrijf. Daarom mag deze medewerker de aandelen van de werkgever kopen voor EUR 5,- per stuk. Immers, een deel van de waarde van het aandeel heeft de medewerker in principe al betaald door het harde werken. De fiscus zal het verschil in EUR 5,- per aandeel zien als een vorm van beloning. De fiscus zal zodoende loonheffing (inkomstenbelasting en werkgeversbelasting) toepassen over de EUR 5,-. Door de bank genomen komt dit neer op zo'n EUR 7,- heffing per uitbetaalde EUR 5,- [!].


Hoe kijkt de fiscus naar de bedrijfswaarde?

Het is belangrijk om te weten welke waarde de fiscus toekent aan de onderneming. Maar kent de fiscus die altijd? En is de fiscus hier ook duidelijk over? Het antwoord luidt: nee, de fiscus is niet consistent of transparant over de door hen aangehouden bedrijfswaarde. Je kunt wel afspraken maken met de fiscus, maar dit kan enkel via een intermediair en alleen wanneer de fiscus met veel zekerheid de waarde meent te kunnen vaststellen. Vrij waardeloos voor allerhande start-ups, kleine ondernemers, serviceorganisaties zonder voorraden of andere harde zaken op de balans. Daarom is het slim om je BV te laten waarderen op basis van een deugdelijke waarderingsmethode, die laat zien dat je eerlijk probeert te handelen in plaats van dat je waarde weglaat om zo min mogelijk belasting te betalen.


De waarde van je bedrijf

In de basis is de waarde van je bedrijf maar net wat de markt ervoor geeft. Als ondernemer/eigenaar van een bedrijf accepteer je deze marktwaarde of niet (je verkoopt wel/niet). De bedrijfseigenaar zal hierbij wel rekening moeten houden met de fiscus, om te voorkomen dat er naheffingsaanslagen volgen. Voor de duidelijkheid: prijs is dus niet altijd gelijk aan waarde! De betaalde prijs voor een aandeel is dus ook niet altijd gelijk aan de waarde van het aandeel (de waarde van het bedrijf). Wikipedia geeft een mooie beschrijving van prijs bij een aandelentransactie. "Prijs vormt als het ware het sluitstuk van een transactie. Beide partijen zijn kennelijk van oordeel dat de tot stand gekomen prijs op dat moment een beter alternatief vormt dan niet handelen. […] Voor het nemen van een beslissing, wel of niet kopen of verkopen, is een waarderingsuitspraak noodzakelijk. De tot stand gekomen prijs is voor buitenstaanders waarneembaar; het achterliggende waarderingsproces is een individuele mentale exercitie." Wel kan de prijs invloed hebben op de waarde die de fiscus toekent aan een aandeel. Een goede vuistregel is deze: wanneer de prijs voor het aandeel gevoelsmatig aan de hoge kant is, heeft de fiscus hier geen problemen mee. Ook niet wanneer het gaat om medewerkersparticipatie. Wanneer de prijs als een ‘korting’ voelt, is er grote kans dat de fiscus gaat kijken of er wel genoeg belasting is betaald.

Er zijn grofweg zes methoden voor bedrijfswaardering die zekerheid kunnen bieden, ook bij medewerkersparticipatie. Deze methoden zijn eigenlijk allemaal vrij simpel en rechttoe-rechtaan. Het moeilijke is vaak om de juiste cijfers te verzamelen. Daarnaast worden ze eventueel iets ingewikkelder gemaakt wanneer men logisch probeert inschattingen te maken over de toekomst. Hierbij gaat het om drie verschillende aanvliegroutes:

  1. de bedrijfswaarde op basis van wat er in het verleden is bereikt (‘optelsom voorgaande winsten’);
  2. de bedrijfswaarde door te kijken naar vandaag (‘balans waarde’ of ‘EVA’), of;
  3. de bedrijfswaarde door te kijken naar de toekomst (‘toekomst winst x factor’, ‘Discounted Cashflow-methode’ of ‘Rentabiliteitsmethode’).

Geen enkele methode is goed of fout – ze geven allen een eigen beeld van de bedrijfswaarde. Welke van deze methodes je gebruikt, hangt sterk af van: a) het doel dat je wilt bereiken; en b) wat reëel is voor jouw type bedrijf. Hier volgt een korte beschrijving van de waarderingsmethodieken. In de komende twee blogs gaan we verder in op elke methode.


1. Waarderen op basis van het verleden

De bedrijfswaarde kan worden bepaald door een methode te gebruiken waarbij vooral wordt gekeken naar het verleden. Vooral banken gebruiken die waarderingsmethode graag, om de hoogte van een krediet te bepalen. De bedrijfswaarde zou in dat geval de optelsom van de winst van de afgelopen twee tot maximaal vijf jaar kunnen benaderen. Over hoeveel jaar er wordt gekeken, hangt af van de branche en de robuustheid van het inkomen. Voor bedrijven die een opvolger zoeken – of voor bedrijven die niet te veel weg willen geven en graag extra krediet willen aanvragen – kan dit een succesvolle vorm van bedrijfswaardering zijn. Het is een relatief veilige en eenvoudige vorm om de bedrijfswaarde te bepalen.


2. Waarderen door te kijken naar vandaag

De waarde die een bedrijf vandaag de dag vertegenwoordigt, wordt vaak bepaald aan de hand van de balanswaarde, of er wordt onderzoek gedaan naar de toegevoegde economische waarde (Economic Value Added, EVA). Beide methodes zijn relatief veilige vormen om een bedrijf te waarderen, maar het is ook bekend dat er bij deze vormen veel buiten beschouwing wordt gelaten. In vergelijking tot de winst die een onderneming uitkeert, is het eigen vermogen op een balans soms maar laag. En ook over vreemd vermogen wordt er meestal wel rendement behaald. Beide methodes hebben als eigenschap dat er extreem veel naar de cijfers gekeken wordt. Waarden zoals naamsbekendheid, merkwaarde of andere potentiële (maar nog niet inbare) waarde worden hierin niet meegenomen. Ook de toekomst speelt maar een kleine rol.


3. Waarderen door te kijken naar de toekomst

Door te kijken naar de mogelijke toekomstige winst, omzet of andere waardeverhogende factoren, komt men vaak tot hogere waarderingen. Die toekomstige waarde hangt namelijk niet alleen af van de cijfers, maar ook van een bepaald gevoel, de branche waarin het bedrijf actief is, de economie en de concurrentie. Er zijn drie veelgebruikte methodes om een bedrijf te waarderen met het oog op de toekomst. Er kan worden gekeken naar ingeschatte toekomstige (winst x een factor (aantal jaar vooruit)), er kan worden gekeken naar de verwachte vrije kasstroom (Discounted Cashflow-methode), en er kan worden gekeken naar het verwachte rendement (Rentabiliteitsmethode).


Duidelijk kiezen voor één methode

Uiteindelijk maakt het niet veel uit welke van de bovenstaande methoden wordt gebruikt om te komen tot een bedrijfswaardering. Naar de fiscus toe is het van belang om rechtlijnig en duidelijk te zijn in je keuze voor een bepaalde methode. Zoals eerder gesteld weet de fiscus het vaak ook niet, zeker niet bij jonge ondernemingen. Daarnaast is het zeker ook goed voor medewerkersparticipatie om één methode te kiezen en deze lange tijd vast te houden. Hiermee creëer je niet alleen duidelijkheid naar de fiscus, maar – beter nog – zeer veel duidelijkheid naar de medewerker.

In de komende blogs behandelen we iedere bedrijfswaardering methode individueel. Op die manier is straks is iedereen een ster in bedrijfswaardering. Dit is ook de insteek van onze blogs. Informatievoorziening zodat iedereen zo veel mogelijk zelf kan doen. Want alleen dan kunnen we exponentieel versnellen met het opzetten van participaties in onze samenleving. Lang leve de participaties!

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

The Share Council faciliteert alle vormen van participatie en begeleidt de implementatie. Wij zien veel projecten buiten ons platform om struikelen op dit onderdeel. Mocht je interesse hebben om hier eens over te sparren, neem dan contact op. Participeren moet namelijk gewoon makkelijk zijn, en wij helpen je daarbij!

Als onderdeel van mijn goede voornemen voor 2020 doe ik iedere week onderzoek naar de regels en invoering rondom medewerkersparticipatie en de werking van kapitaalverdeling in Europa. Iedere week schrijf ik een artikel om mijn bevindingen te delen, in de hoop dat meer mensen profijt hebben van mijn speurwerk. Uiteindelijk verwerken wij alle kennis in ons platform voor medewerkersparticipatie - The Share Council (www.thesharecouncil.com)

Tot volgende week

Quintus Willemse - founder The Share Council